Lichaamsdeel

  • Kleurig deel van het oog dat de pupil omringt.

  • Vrouwelijk geslachtsdeel, gevoelig orgaan buitenkant.

  • Opening in het gezicht om te praten, eten en zoenen.

  • Bot van de wang, vormt de jukboog in het gezicht.

  • Zintuig aan je gezicht, om mee te ruiken.

  • Voorste kootje van de voet, mens of dier.

  • Klassiek lichaamsdeel, verbindt hand en schouder.

  • Gewricht in de voet tussen been en voet.

  • Zintuig aan het hoofd, belangrijk om te horen.

  • Een echte lichaamsbuis voor het afvoeren van urine đźš»

  • Menselijke ledemaat, gebruikt om te lopen.

  • Wang is de zijkant van je gezicht, bij je mond.

  • Vinger aan de hand, handig om te duwen en grijpen.

  • Lichaamsdeel van mens en dier, vijf vingers eraan.

  • Zintuig om mee te zien, zit in de oogkas.

  • Onderste deel van het been, waarmee je loopt en staat.

  • Gewricht tussen bovenarm en onderarm.

  • Bovenste deel van het lichaam, met gezicht en hersenen.

  • De rug is het achterste deel van romp en wervelkolom.

  • Lichaamsdeel aan de voet, ook wel hallux genoemd.

  • Fontanel is de zachte schedelplek bij baby’s.

  • Lichaamsdeel aan hand of poot, handig om te grijpen.

  • Lichaamsopening bij mensen en dieren, echt anatomisch.

  • Gewricht in het been, verbindt boven- en onderbeen.

  • Lichaamsdeel, opening of huidplooi. Ook bij dieren.

  • Een aanwijsbare lichaamszijde; die telt dus mee.

  • Lichaamsdeel bij mens/dier, tussen borst en bekken.

  • Ringvinger is de vierde vinger van de hand.

  • Schouder verbindt arm en romp, belangrijk gewricht.

  • Onderste deel van het gezicht, zit onder de mond.

  • De romp is het centrale deel van het lichaam.

  • Wenkbrauw is de haarstrook boven je oog.

  • Bot in het bovenbeen, onderdeel van het skelet.

  • Voorkant van het hoofd met ogen, neus, mond.

  • Een follikel is een klein anatomisch zakje, bijvoorbeeld rond een haar.

  • Wijsvinger is de tweede vinger van de hand.

  • Kleine vinger aan hand of voet.

  • Verbindt je hoofd met je romp, belangrijk deel.

  • Onderkant van voet of poot, heet zool.

  • Wimper is een haartje op de rand van je ooglid.

  • Spier is weefsel dat beweging mogelijk maakt.

  • De baarmoedermond, overgang tussen baarmoeder en vagina.

  • Lip: rand van mond, belangrijk bij praten en zoenen

  • Meervoud van bil, zachte achterkant.

  • Deel van hals waar voedsel en lucht doorgaan.

  • Een gangbaar leenwoord voor iemands gezicht of gelaat.

  • Flank is de zijkant van de romp bij mens en dier.

  • Botstructuur van de kaak, belangrijk bij kauwen.

  • Sleutelbeen is het bot tussen borst en schouder.

  • zitvlak
  • Uitstulping in de keel bij vooral mannen, lichaamsdeel.

  • Spier in de mond om te proeven en te spreken.

  • Bovenbeen, tussen heup en knie bij mens of dier.

  • Dunne draden op hoofd of lichaam, beschermen en isoleren.

  • Achterkant van het onderbeen, tussen knie en enkel.

  • Scheenbeen is het lange bot in het onderbeen.

  • Stuitje is het kleine staartbeen onderaan de wervelkolom.

  • Hard deel in de mond om mee te bijten.

  • Alledaags woord voor hoofd bij mens of dier.

  • Lang dun deel van het zenuwstelsel, echt lichaamsdeel.

  • Uitstulping op borst, bij mens en zoogdieren.

  • Dak van de mondholte, scheidt neus- en mondholte.

  • Klein kuiltje midden op je buik.

  • Harde bescherming op vingertop of teentop.

  • Lies: overgang romp–bovenbeen, gevoelig plekje

  • Gewrichtsdeel tussen hand en onderarm.

  • Voorzijde van de romp, bij mens en dier.

  • Holte onder de schouder, bekend om zweet.

  • Een rib is een gebogen bot in de borstkas.

  • Slaap is het zachte deel bij je slapen aan de zijkant.

  • Bovenste deel van het gezicht, net boven de wenkbrauwen.

  • Vinger naast de wijsvinger, vaak voor boze gebaren.

  • Deel van arm tussen elleboog en pols.

  • Gewricht tussen romp en been, belangrijk bij lopen.

  • Latijn voor sleutelbeen, bot tussen borst en schouder.

  • Uitwendig vrouwelijk geslachtsdeel rond de opening.

  • Spieren zijn de bundels die je lichaam laten bewegen.

  • Rechterarm is de arm aan de rechterzijde.

  • Rechterhand is de hand aan je rechterarm.

  • Een duidelijk aanwijsbaar mannelijk lichaamsdeel.

  • Schedel is het been dat de hersenen omhult.

  • Buitenste laag van het lichaam, beschermt alles binnenin.

  • Lichaamsdeel tussen hoofd en romp, ook wel nek genoemd.

  • Mannelijke geslachtsklier in het scrotum.

  • Uier is duidelijk dierlijk lichaamsdeel

  • Schaamhaar is lichaamsbeharing rond de schaamstreek.

  • Achterkant van de voet, raakt de grond bij lopen.

  • Verzameling tanden/kiezen in de mond.

  • Bot in de onderarm, ook wel ulna genoemd.

  • Wervelkolom is je ruggengraat, reeks wervels.

  • Linkerarm: specifieke arm aan de linkerkant

  • Vinger naast de duim, handig om te wijzen.

  • Klein flapje in de keel, onderdeel van het zachte gehemelte.

  • Linkerbeen: linker onderstel van je lijf

  • Kleinste teen aan de voet, uiterste teentje.

  • Kraakbeenschijf in knie of kaak van mens/dier.

  • Een bot is een stevig steunend onderdeel van het lichaam 🦴

  • Een snor is zichtbaar haar boven de bovenlip.

  • Bovendeel van het been, tussen heup en knie.

  • Een been is een duidelijk aanwijsbaar lichaamsdeel. 🦵

Slová v zozname Lichaamsdeel sú slová, ktoré hráči slovnej hry Meno, Mesto, Zviera, Vec napísali v odohraných hrách, zoradené podľa početnosti.